Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

elektrofiel

onzijdig (het)/eˌlɛktroˈfil/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde (scheikunde) positief geladen (deel van) molecuul dat geneigd is te reageren met het vrije elektronenpaar van een (deel van een) molecuul dat negatief geladen is
    Om de reactie met het elektrofiel 'in flow' te verwezenlijken, is er dus nog verder onderzoek nodig.
zelfstandig naamwoord
  1. verkeer, schertsend (verkeer) (schertsend) iemand met een voorkeur voor elektrisch aangedreven voertuigen
    Tot ik merkte dat zo’n klein, onhoorbaar elektrisch hulpmotortje alles veel leuker maakte. Deze ontdekking maakte mij een elektrofiel. Mijn auto is inmiddels hybride en verbrandt nog maar een beetje fossiele resten.
  2. elektronica, schertsend (elektronica) (schertsend) iemand die elektronica als hobby heeft
    Hun voorliefde voor elektro-techniek drijft ze naar het onderkomen van de omroep onder de basiliek. (…) De in zijn ogen achterlijke apparatuur was geen belemmering actief mee te gaan werken. Hij bleef plakken bij de omroep en de jonge radiomaker tipte zijn vriend Paul. Ook een elektrofiel die eerst naar het uitzendmateriaal keek.

Etymologie

[https://dbnl.org/tekst/hall014gesc02_01/hall014gesc02_01_0041.php?q=elektrofielhl1 "11 De organische scheikunde" in: Geschiedenis van de wetenschappen in België. 1815-2000. (2001) Dexia, Brussel / La Renaissance du Livre, Tournai]; p. 194; geraadpleegd 2019-09-17