elektroshock
mannelijk (de)/eˈlɛktroˌʃɔk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) door een elektrische stroomstoot die door de schedel geleid wordt, opgewekte shock, als behandeling van een psychische stoornis
Etymologie
*afgeleid van shock
Vertalingen
Engelselectroshock
Fransélectrochoc
Spaanselectrochoque
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek