elektroshock

mannelijk (de)/eˈlɛktroˌʃɔk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) door een elektrische stroomstoot die door de schedel geleid wordt, opgewekte shock, als behandeling van een psychische stoornis

Etymologie

*afgeleid van shock

Vertalingen

Engelselectroshock
Fransélectrochoc
Spaanselectrochoque