elkaar
/ɛlˈkar/
Wat is de betekenis van elkaar?
elkaar betekent: als wederzijds lijdend voorwerp
Betekenis
voornaamwoord
- als wederzijds lijdend voorwerp
- als wederzijds meewerkend voorwerp
- als voorzetselvoorwerp: drukt uit dat van twee of meer personen ieder op zijn eigen manier tegenover de ander handelt
- als voorzetselvoorwerp: drukt een onderlinge relatie, aansluiting of een snelle opeenvolging uit
Voorbeelden van "elkaar" in een zin
- Zij begroetten elkaar
- Iedereen kent elkaar
- Zij gaven elkaar een hand.
- Zij waren echt aan elkaar gewaagd.
- ’Wie weet er een mop?’ riep een aarzelende stem. Een voor een begonnen we grappen en verhalen met elkaar te delen om de moed erin te houden.
Etymologie
* In de betekenis van ‘wederkerig voornaamwoord’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285
Uitdrukkingen
- het is voor elkaar — het is klaar
- iemand in elkaar slaan — iemand heel hard slaan zodat die persoon niet meer rechtop kan staan
- uit elkaar gaan — stoppen met een relatie, scheiden
- achter elkaar lopen — in ganzenpas lopen, de ene voor de andere lopen
- iets in elkaar zetten — iets monteren, van losse delen één geheel maken
- In elkaar zitten — vertellen hoe iets is samengesteld
- zaken door elkaar halen — je vergissen, denken dat het ene ding eigenlijk het andere is
Vertalingen
Engelseach other
Fransnous, vous, se
Duitseinander, sich, zusammenschweißen
Russischдруг друга
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek