Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

eloel

/ɛ'lul/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zesde maand van het joodse jaar, in augustus-september (Neh. 6:15); twaalfde maand bij telling vanaf Rosj Hasjana

Etymologie

* Herkomst: Hebreeuws

Vertalingen

EngelsElul