elpee
mannelijk (de)/ɛlˈpe/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- grammofoonplaat met doorsede van 30 cm, een speelduur van maximaal 30 minuten aan één zijde, die afgespeeld wordt met een snelheid van 33 1/3 toeren per minuutMet de dood van Toots bevond ik me zomaar weer in de Vendet. In die 'supermarktformule van de V&D' kocht ik in de jaren zeventig een elpee van 'Jean Toots Thielemans', een naam die ik enkel kende van Willem - 'Mijn goede vriend' - Duys. Geen idee waarom; ik was van de gitaar. Misschien omdat-ie maar 5 gulden kostte. Thuis was ik verkocht.Volkskrant Jean-Pierre Geelen 22 augustus 2016
Etymologie
* afgeleid van de afkorting LP
Vertalingen
Engelsrecord
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek