embouchure
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) capaciteit om op een mondstuk te blazen
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘mondstuk van blaasinstrument’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek