emigreren

/ˌemiˈɣrerə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) naar het buitenland verhuizen
    In de jaren vijftig zijn er veel Nederlanders naar Engelstalige landen geëmigreerd.
    De Russische exodus komt niet onverwacht. Het internationale databureau Gallup schreef in 2019 al dat 1 op de 5 Russen “verlangt om te emigreren”. Bij de groep van 15- tot 30-jarigen gaat het zelfs om bijna de helft. [https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2022/03/28/ook-russen-vluchten-door-oorlog-wij-zijn-slachtoffer-van-poetin/ www.vrt.be (31 mrt 2022)]

Etymologie

*afgeleid van het Franse émigrer ()

Vertalingen

Engelsemigrate
Fransémigrer
Duitsauswandern, emigrieren
Spaansemigrar
Poolsemigrować
Zweedsutvandra, emigrera