entrecote

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌɑntrəˈkot/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) stuk rundvlees van tussen de ribben lijkend op biefstuk. Het van de dunne lende gesneden vlees is zeer zacht en extra smakelijk doordat het gemarmerd is (wat wil zeggen dat er kleine vetadertjes door het vlees lopen) en het een vetrandje heeft. Entrecote met haas en been noemen we een T-bone. Beide worden rosé gegeten, dus net niet helemaal gaar binnenin.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘stuk vlees van tussen de ribben’ voor het eerst aangetroffen in 1910

Vertalingen

Fransentrecôte
Spaansentrecot, entrecot de vaca, entrecôte