entree

vrouwelijk (de)/ɑ̃ˈtre/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ingang van een gebouw
    De entree was links om de hoek van het gebouw.
    We zaten een paar minuten zwijgend naast elkaar te roken op de trappen naar de weelderige entree van het ooit grandioze hotel waar ik van plan was mij voorlopig te vestigen, toen hij het woord tot mij richtte.
  2. maatschappij (maatschappij) entree betalen: het geldbedrag dat betaald moet worden om ergens binnen te mogen
  3. voorgerecht
    'Voor mij is een fatsoenlijke maaltijd: entree, plat, kaas, dessert', zegt Frédéric Deidier (49), terwijl hij enthousiast op zijn enorme buik kletst.

Etymologie

* In de betekenis van ‘toegangsprijs’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824

Vertalingen

DuitsEingang, Eintrittspreis