epifyse
vrouwelijk (de)/ˌepiˈfizə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) een klier die onderdeel is van de epithalamus en melatonine uitscheidtDoor melatonine uit te scheiden oefent de epifyse invloed uit op het dag/nachtritme, daar melatonine de nucleus suprachiasmaticus, die de circadiane ritmes regelt, beïnvloedt.
- (anatomie) het uiteinde van een pijpbeen
Etymologie
*afgeleid van het Griekse 'phuein' [doen groeien]
Vertalingen
Engelspineal gland
Fransglande pinéale
DuitsZirbeldrüse
Spaansglándula pineal, epífisis, epífisis
Italiaansghiandola pineale
Portugeesglândula pineal
Russischшишковидная железа, эпифиз
Chinees松果腺
Japans松果体
Koreaans송과선
Poolsszyszynka
Zweedstallkottkörteln
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek