epilepticus
mannelijk (de)/ˌepiˈlɛptikʏs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) iemand met een aandoening aan de hersenschors die leidt tot aanvallen waarbij de waarneming of bewegingen ernstig verstoord zijnAan een grote epilepsieaanval kan een korte periode voorafgaan die ‘aura’ heet; de epilepticus heeft een starende blik en een gedeeltelijk verlies van bewustzijn.
Etymologie
*van Latijn "epilepticus"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek