epiloog
Wat is de betekenis van epiloog?
epiloog betekent: een naschrift toegevoegd aan een boek of film, nawoord, narede
Betekenis
- een naschrift toegevoegd aan een boek of film, nawoord, narede
- naspel
- naspel van een reeks gebeurtenissen
Voorbeelden van "epiloog" in een zin
- In de epiloog werd daarover gezwegen.
Betekenis en uitleg van epiloog
Een epiloog is een afsluitend gedeelte van een verhaal, vaak waarin de auteur terugblikt op de gebeurtenissen en de personages. Het biedt een soort conclusie of reflectie, waardoor de lezer een gevoel van afronding krijgt.
Het woord 'epiloog' wordt vaak gebruikt in de literatuur, maar ook in films en toneelstukken. Je vindt het meestal aan het einde van een verhaal, waar het helpt om losse eindjes aan elkaar te knopen of de toekomst van de personages te schetsen. Een epiloog kan een gevoel van closure bieden, of de lezer aanmoedigen om na te denken over de thema's van het verhaal.
Voorbeelden
- Na de spannende climax van het boek volgde een epiloog die de levens van de hoofdpersonages enkele jaren later toonde.
- De film eindigde met een epiloog waarin de gevolgen van de strijd voor de personages werden belicht.
- In de epiloog van het toneelstuk werd het publiek herinnerd aan de belangrijke levenslessen die de personages hadden geleerd.
Woordoorsprong
Het woord 'epiloog' komt van het Griekse 'epilogos', wat 'afsluiting' of 'bijlage' betekent. Het is verwant aan het woord 'proloog', dat een inleiding of introductie aanduidt.
Veelgestelde vragen over epiloog
Wat is de betekenis van epiloog?
epiloog betekent: een naschrift toegevoegd aan een boek of film, nawoord, narede
Hoeveel betekenissen heeft epiloog?
epiloog heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft epiloog?
epiloog is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je epiloog in een zin?
Voorbeeld: “In de epiloog werd daarover gezwegen.”
Etymologie
* Van het Latijnse epilogus, van het oud-Griekse ἐπίλογος (“een conclusie”), van ἐπιλέγειν (“in aanvulling zeggen”), van ἐπί (“in aanvulling”) + λέγειν (“zeggen”)