epiloog
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een naschrift toegevoegd aan een boek of film, nawoord, naredeIn de epiloog werd daarover gezwegen.
- naspel
- naspel van een reeks gebeurtenissen
Etymologie
* Van het Latijnse epilogus, van het oud-Griekse ἐπίλογος (“een conclusie”), van ἐπιλέγειν (“in aanvulling zeggen”), van ἐπί (“in aanvulling”) + λέγειν (“zeggen”)
Vertalingen
Engelsepilogue
Fransépilogue
DuitsEpilog, Nachwort
Spaansepílogo
Russischэпилог, послесловие
Poolsepilog, posłowie
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek