proloog
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (taalkunde) inleidende rede van een tekst, voorwoord.
- (sport) bij grote meerdaagse wielerwedstrijden een korte tijdrit die als openingsrit wordt verreden
- (muziek) de inleiding tot een theaterstuk, opera, musical etc.
Etymologie
* Van het Griekse πρόλογος prologos, (voor)
Vertalingen
Engelsprologue, prologue
Fransprologue, prologue, prologue
DuitsProlog, Prolog, Prolog
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek