proloog

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) inleidende rede van een tekst, voorwoord.
  2. sport (sport) bij grote meerdaagse wielerwedstrijden een korte tijdrit die als openingsrit wordt verreden
  3. muziek (muziek) de inleiding tot een theaterstuk, opera, musical etc.

Etymologie

* Van het Griekse πρόλογος prologos, (voor)

Vertalingen

Engelsprologue, prologue
Fransprologue, prologue, prologue
DuitsProlog, Prolog, Prolog