epo

vrouwelijk (de)/ˈepo/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. biochemie (biochemie) in de nieren gevormd hormoon dat de vorming van rode bloedcellen bevordert, ook wel toegediend als doping

Etymologie

* In de betekenis van ‘eiwithormoon gebruikt als doping’ voor het eerst aangetroffen in 1997