woorden
boek
Start
›
E
›
epoche
epoche
vrouwelijk (de)
/eˈpɔxə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
tijdvak, tijdperk, epoque
Etymologie
*via Latijn epocha van ἐποχή (epoché) "onderbreking"
Verwante woorden
epochen
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← epo-injectie
epochen →