erfgrond
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- grond die iemand gekregen heeft van zijn vooroudersToen het eenmaal donker was en de raspende bas van Terre'Blanche het geluid van de krekels vermorzelde, kreeg het Boerevolk waarvoor het was gekomen. Het ging over volk en vaderland, over “de erfgrond, het eigendom van onze kinderen”, over een nieuwe kruistocht van Afrikaner christenen tegen het zwarte gevaar, over “bloed, zweet en tranen van Boeren-martelaren”. NRC Peter ter Horst 12 oktober 1991 [https://www.nrc.nl/nieuws/1991/10/12/gelaarsd-boerenvolk-dreigend-bijeen-6983371-a1224060 Gelaarsd "Boerenvolk' dreigend bijeen]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek