erfgrens
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- scheidingslijn tussen twee stukken land die horen bij een gebouw of boerderijHet was een feit dat de geplande muur al sinds maanden niet meer dan een metersdiepe schacht op de erfgrens tussen Schaller en hen was.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek