erfstuk

onzijdig (het)/ˈɛrᵊfstʏk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een veelal kostbaar goed van van generatie op generatie door vererving overgegeven wordt
    Dat is nog een erfstuk van mijn overgrootvader.
    Bij een goede opvoeding hoorde dat je anderen niet tot last was, geen geld leende, geen erfstukken zoals schilderijen of iets anders verkocht, niet naar familieleden rende om je te beklagen. Dat soort dingen deed je gewoon niet.

Etymologie

*hier komt de etymologie van het woord-->

Vertalingen

Engelsheirloom, inherited object
DuitsErbstück
Spaansobjeto de herencia
Koreaans가보
Poolsdziedzictwo
Zweedssläktklenod
Deensarvestykke