ergo
onzijdig (het)/ˈɛrɣo/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gevolgtrekkingIn die toestand had ik la Maga ontmoet, la Maga die zonder het te weten mijn getuige en mijn spionne was, en het ergerde me dat ik dat allemaal overdacht en wist dat het me zoals altijd veel minder moeite kostte om te denken dan om te zijn, dat in mijn geval het ergo van het befaamde gezegde niet zo ergo was, allesbehalve dat, dus liepen we maar wat langs de linkeroever, la Maga zonder te weten dat zij mijn spionne en getuige was, die diepe bewondering had voor mijn wijdvertakte kennis, omdat ik thuis was in de moderne literatuur, ja zelfs in de cool jazz, twee enorme mysteries voor haar.
- (medisch) (spreektaal) afdeling ergotherapie, veelal met toestellen voor lichaamsbewegingAlle patiënten worden verwacht op de ergo, bij afwezigheid wordt de reden gevraagd en komt de ergotherapeute de patiënt bezoeken op de kamer.
- (medisch) deskundige die je helpt om ondanks een beperking dagelijkse handelingen zelf te verrichtenDe ergo biedt gratis informatie en advies voor mensen in de wijk die moeilijkheden ondervinden bij: dagelijkse activiteiten, verplaatsingen in en rond de woning, aanpassingspremies aanvragen, het juiste hulpmiddel vinden en correct leren gebruiken,...
- (sport) (spreektaal) trainingstoestel, oorspronkelijk meetinstrument bedoeld om sportieve inspanning te metenIn de boot kunnen roeiers zich verstoppen, kunnen ze een ander de schuld geven als het niet goed gaat. Daarom haten veel roeiers de ergo, omdat je direct feedback hebt.
Etymologie
[https://www.nrc.nl/nieuws/2016/07/05/oprechte-smeerlap-3095067-a1508712 Oprechte smeerlap (5 juli 2016) op website: nrc.nl]; geraadpleegd 2017-10-08
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek