erker
mannelijk (de)/ˈɛrkər/
Wat is de betekenis van erker?
erker betekent: (bouwkunde) uitbouw aan een gevel waardoor een kamer boven de straat of tuin uitspringt, vaak met veel ramen zodat er meer licht in de kamer valt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) uitbouw aan een gevel waardoor een kamer boven de straat of tuin uitspringt, vaak met veel ramen zodat er meer licht in de kamer valt
Voorbeelden van "erker" in een zin
- De net bijgebouwde erker zorgde voor wat meer schaduw in de tuin.
- Ze dronken voorzichtig van een halve fles laat geoogste moezelwijn, voor namelijk om iets voor zich te hebben staan op de mooi gesneden tafel in de erker.
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘uitbouw’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1901
Vertalingen
Engelsbay window
Fransoriel
DuitsErker
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek