eropuit

/ɛrɔˈpœyt/

Betekenis

bijwoord
  1. actief een doel nastrevend
    Hij was eropuit om zijn rivaal buiten spel te zetten.
    Hij was er niet opuit om zijn rivaal buiten spel te zetten.
    Hij was er niet op uit om zijn rivaal buiten spel te zetten.

Etymologie

* samenstelling van er, op, en uit