eruditie

vrouwelijk (de)/eryˈdi(t)si/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. uitgebreide, brede kennis
    Ook Eerste-Kamervoorzitter Ankie Broekers-Knol wees op de 104 wetten die Borst op haar naam schreef. 'Els Borst werd gekenmerkt door elegantie, waardigheid, eruditie, stijl en humor. Ze was een beminnelijke vrouw die zeer scherp en vasthoudend kon zijn.' Tubantia 18-02-14 [https://www.tubantia.nl/binnenland/els-borst-zeer-geliefd-als-minister-en-als-mens~a36affc1/ 'Els Borst zeer geliefd als minister en als mens']
    PVV-leider Geert Wilders noemt Jansen in een reactie „een bijzonder mens”. „Hij inspireerde ons met zijn eruditie, zijn humor en zijn beminnelijkheid. Hij was een autoriteit op het gebied van islam, had een snelle geest en een scherpe pen. Met hem is een belangrijke steunpilaar van onze fracties heengegaan”, aldus Wilders. De Telegraaf 05 mei 2015 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/822746/arabist-en-pvv-politicus-hans-jansen-overleden Arabist en PVV-politicus Hans Jansen overleden]

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘geleerdheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824

Vertalingen

Engelserudition
Spaanserudición