esculaap

mannelijk (de)/ˌɛskyˈlap/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. staf met een daaromheen kronkelende slang, embleem van de geneeskundigen
    Op zijn visitekaartje is een esculaap geprint.

Etymologie

*(eponiem), een verwijzing naar , de Griekse god van de geneeskunde; Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘embleem van geneeskundigen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1615

Vertalingen

EngelsAesculapius' staff, staff of Aesculapius
Franscaducée
DuitsÄskulapstab
Spaansesculapio