esp

mannelijk (de)/ɛsp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) bepaald soort loofboom, , een populier die inheems is in de Benelux, tot 35 meter hoog kan worden en behoort tot de wilgenfamilie ()

Etymologie

*(erfwoord) via Middelnederlands "espe" van Oudnederlands "espi" / "aspa", in de betekenis van ‘ratelpopulier’ aangetroffen vanaf 870

Vertalingen

Engelsaspen
Spaanschopo temblón, álamo temblón