essenboom

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plantkunde (plantkunde) een soort loofboom
    De eiken, berken, elzen en die ene essenboom zouden er nog zijn als ik er niet meer was.
    Groot-Brittannië heeft een verbod uitgevaardigd op de import van essenbomen. De regering wil zo voorkomen dat de schimmelziekte chalara fraxinea zich verder verspreid. Het verbod gaat vandaag in.

Vertalingen

Engelsash