essenen
meervoud/ɛˈsenə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- niet in de Bijbel genoemde joodse groepering van 2de eeuw v.C. tot 1ste eeuw n.C., waarvan de belangrijkste groep woonde in het woestijngebied bij de Dode ZeeEen gelovig jood wist dat hij behoorde tot het uitverkoren volk en beantwoordde deze genade door zich zo goed mogelijk te houden aan de Wet van Mozes. Die was echter voor velerlei uitleg vatbaar en de joodse religieuze stromingen van die tijd – farizeeën, sadduceeën, essenen… – bakenden zich van elkaar af door de wijze waarop ze ‘de werken der Wet’ uitvoerden.
Etymologie
*oorspronkelijk van "εσσηνοι" (essènoi) waarvoor verschillende Hebreeuwse of Aramese etymologieën zijn geopperd; geschreven met een kleine letter volgens
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek