establishment

onzijdig (het)/ɛsˈtɛblɪʃmənt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. maatschappij (maatschappij) de gevestigde orde
    „gevoed door de opkomst van sociale media als een nieuwsbron en een groeiend wantrouwen van feiten die worden aangeboden door het establishment. [...] Het zou me niet verrassen als ‘post-truth’ een van de kenmerkende woorden van onze tijd wordt.” NRC Casper Grathwoh 16 november 2016
    Misschien ook Letangs goede vriend in die tijd, en misschien nog steeds, de voormalige Palestina-activist Erik Ponti, die tegenwoordig hooggeplaatst was in het journalistieke establishment omdat hij de presentator was van een populaire actualiteitenrubriek op de Zweedse televisie.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘heersend bestel, heersende klasse’ voor het eerst aangetroffen in 1969.