etgroen

onzijdig (het)/ˈɛtxrun/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. landbouw (landbouw) gras dat op een weide groeit waarvan al eerder in het jaar het hooi is geoogst
    Etgroen, etgras of nagras is het tweede grasgewas dat na het maaien van het eerste opschiet.

Etymologie

*van Middelnederlands "etgroede" onder invloed van "groen"