ette
/ˈɛtʏ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geschiedenis) iemand uit Drenthe die voor dat gewest een zekere overheidsfunctie vervulde, M.A.W. (2003). [http://books.google.nl/books?id=yAXkkw3Aty0C&lpg=PA299&ots=KX246Y3ksW&dq=ette&pg=PA299#v=onepage&q&f=true Encyclopedie van Drenthe, deel 1, p. 299]. Uitg.: Van Gorcum, .Hij lijkt deze functie echter alleen in naam te vervullen, zoals blijkt uit zijn eigen verklaring toen hij in 1686 benoemd werd tot ette, "dat niet hij maer sijn soon Evert Wolter van Rossum van anvanck tot noch toe solliciteur waer geweest en als noch is."
Etymologie
*: "et" met de uitgang -e
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek