euvelmoed

mannelijk (de)/ˈøvəlˌmut/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kwaadwilligheid, boosheid
    Hij kan bedoelen: omdat God weet dat mijn vervolgers uit euvelmoed en zonder oorzaak mij vervolgen, zal God ter wille van Zijn gerechtigheid dit aan hen bezoeken en hen straffen (vers 12).
  2. baldadigheid
  3. vermetelheid