evangelie
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) de blijde boodschap die het christendom prediktIn het evangelie staat dat Jezus Christus de erfzonde van Adam en Eva op zich nam zodat mensen weer naar de hemel zouden kunnen gaan.
- (religie) een bijbelboek dat een ooggetuigeverslag van het optreden van Jesus bevatTijdens de mis heeft de priester een stuk uit het evangelie volgens Johannes voorgelezen.
- elk van de vier boeken die in het begin van het Nieuwe Testament staanWe kennen het evangelie volgens Marcus, Mattheus, Lukas en Johannes.
Etymologie
* Ontleend aan Latijn euangelium
Vertalingen
Engelsgospel
Fransévangile
DuitsEvangelium
Spaansevangelio
Italiaansvangelo
Portugeesevangelho
RussischЕвангелие
Japans福音
Koreaans복음서
Poolsewangelia
Zweedsevangelium
Deensevangelium
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek