event

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. grote georganiseerde gebeurtenis
    Olympia's Tour (mannen) en de Healthy Ageing Tour (vrouwen) worden volgend jaar tegelijkertijd verreden. De twee Nederlandse koersen staan op de rol voor dinsdag 9 tot en met vrijdag 12 maart. Dat maakte Courage Event, de organisator van beide wedstrijden, bekend.
    Om 100 procent terug te kunnen naar de situatie voor corona moeten we echt veel verder zijn, dan moet iedereen gevaccineerd zijn of op een andere manier immuun. Maar bepaalde events organiseren die ook lonend zijn voor de branche, dat hopen we wel binnen een paar maanden te kunnen realiseren.
    Ook de Ziggo Dome doet mee, met een dance-event en een concert begin maart. "Ik hoop dat de conclusie is dat we snel weer open kunnen", zegt Damman.
  2. informatica (informatica) een gebeurtenis waarop een programma kan reageren

Etymologie

*uit het Engels