examen

onzijdig (het)/ɛkˈsamə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderwijs (onderwijs) onderzoek naar de kennis of vaardigheden van iemand door middel van ondervraging of opgedragen verrichtingen
    Het examen was behoorlijk moeilijk.

Etymologie

*Van het Latijnse examen, wat weer teruggaat op het werkwoord examinare .

Uitdrukkingen

  • op geweest zijn voor een examen

Vertalingen

Engelstest, exam, pass an exam
Fransexamen, passer un examen, réussir un examen
DuitsExamen, Prüfung
Spaansexamen, hacer un examen, aprobar un examen
Deenseksamen, prøve