exitpoll
mannelijk (de)/ˈɛksɪtˌpɔːl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (politiek) peiling van het stemgedrag van de kiezers tijdens de dag van de verkiezingen zelf: mensen die hebben gestemd wordt bij de uitgang van het stembureau gevraagd voor wie ze hebben gestemd'Wij houden van Oranje om zijn daden en zijn doen!' Het resultaat van de exitpoll was nog geen kwartier bekend of Peter Altmaier, kabinetschef van de Duitse kanselier Angela Merkel, juichte in een tweet als een voetbalsupporter. Zijn extase was on-Duits. Het gaf aan hoezeer Berlijn in de rats zat over de Nederlandse verkiezingsuitslag. Bij het allereerste teken dat Wilders het had afgelegd tegen Rutte volgde de ontlading. Het werd het startsein voor een wave onder de Europese leiders. Volkskrant Arie Elshout Peter Giesen 17 maart 2017
Etymologie
*van "exit poll", op te vatten als
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek