exploitant

mannelijk (de)/ɛksplwɑˈtɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. economie, beroep (economie) (beroep) iemand die voor de baat een bepaalde instelling beheert
    De exploitant van de kerncentrale wilde daarover geen uitspraak doen.

Etymologie

* van exploiteren