ezelkar
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈezəlˌkɑr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kleine wagen getrokken door een ezelIk zat 15 uur in een boemelbusje om vanaf de rug van een kameel de zon in de Sahara te zien zakken (we kwamen net te laat, maar in de schemering is die zandbak ook heel groot), heb ’geslapen’ op een deken in een bedoeïenentent, at de allervieste noga (suikerzoet en knalroze) ooit en werd drieduizend keer net niet overreden door een scooter of een ezelkar. En nou wil ik naar huis. Maar dat kan niet, want het vliegtuig staat op het punt van opstijgen. Zonder mij en zonder mijn koffers. De Telegraaf 31 mrt. 2018 [https://www.telegraaf.nl/vrouw/1860064/daar-stond-ik-dan-op-een-marokkaans-vliegveld ’Daar stond ik dan op een Marokkaans vliegveld...’]Op de expositie hangt een vergroting van een prachtig miniatuur waarop je een paar schitterende wit-blauwe vazen op een ezelkar ziet staan van een handelaar met een Mongoolse muts. NRC Dirk Limburg 5 januari 2010 [https://www.nrc.nl/nieuws/2010/01/05/vaasjes-in-houten-kisten-11832950-a79754 Vaasjes in houten kisten]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek