fabrieken
/faˈbrikə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) tot stand brengen (tegenwoordig met een licht schertsende ondertoon)Zelf aanmaken ook nog eens. In allerlei aanvankelijk onzichtbare restaurants bleken ze opmerkelijke dingen te fabrieken: krachtig smakende soep van geitenvlees, gebakken worst met rozijnen en port, peterseliesoep, raapsteeltjes met knoflook.
Etymologie
*: "fabriek" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek