construeren

Betekenis

werkwoord
  1. techniek onderdelen tot een werkzaam geheel samenvoegen (ook (techniek) )
    Romeinse ingenieurs construeerden een aquaduct om de stad van water te voorzien.
  2. wiskunde (wiskunde) een figuur vervaardigen met behulp van niet meer dan een rechte liniaal, een passer en schrijfgerei
    Het is niet mogelijk om een trisectrice te construeren.
  3. werktuigbouwkunde (werktuigbouwkunde) in tekening brengen (het werk van een constructeur)
  4. kunstmatig vormen b.v. een juridische constructie vervaardigen
    Het concept ‘logica’s’, zoals beschreven door Mol, kan tenslotte gebruikt worden om verschillende patronen te construeren in het denken en handelen van deze actoren. {{Aut|Rothfusz, Jacqueline
  5. taalkunde (taalkunde) (zinnen) naar het gebruik en de regels van taal samenvoegen

Etymologie

*afgeleid niet van het Franse construire maar van het Latijnse 'cōnstruere' ()

Vertalingen

Engelsconstruct
Fransconstruire
Spaansconstruir