maken

/ˈmakən/

Wat is de betekenis van maken?

maken betekent: (ov) in elkaar zetten

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) in elkaar zetten
  2. ov (ov) ervoor zorgen dat iets weer werkt
  3. ov (ov) optellen tot een bepaald bedrag
  4. ov (ov) voortbrengen, tot stand brengen, in een toestand brengen

Voorbeelden van "maken" in een zin

  • Hij was een houten meubel aan het maken.
  • De jongen vroeg aan zijn vader of die zijn trein kon maken.
  • Dat maakt dan zes euro en tien cent.
  • Deze band maakte muziek die miljoenen mensen vrolijk maakte.
  • Ik was blij dat ik ook mijn ijsbijl bij me had waarmee ik me, indien nodig, kon zekeren en een nieuw spoor door de sneeuw kon maken.

Betekenis en uitleg van maken

Het woord 'maken' verwijst naar het creëren of vervaardigen van iets. Het kan zowel fysieke objecten als abstracte concepten omvatten, zoals het maken van plannen of ideeën.

Je gebruikt 'maken' in veel verschillende contexten, van het bereiden van voedsel tot het ontwikkelen van software. Het woord draagt vaak een actieve en constructieve connotatie, waarbij de nadruk ligt op de handeling van het tot stand brengen van iets nieuws. Het kan ook gebruikt worden in meer figuurlijke zin, zoals het maken van vrienden of het maken van keuzes.

Voorbeelden

  • Ik ga vanavond een taart maken voor het verjaardagsfeest.
  • Zij heeft een prachtig schilderij gemaakt dat nu in de galerij hangt.
  • We moeten samen een plan maken om het project op tijd af te krijgen.

Woordoorsprong

Het woord 'maken' heeft zijn oorsprong in het Oudnederlands, waar het verwant is aan het woord 'maken', dat eveneens 'creëren' of 'vormgeven' betekent.

Veelgestelde vragen over maken

Wat is de betekenis van maken?

maken betekent: (ov) in elkaar zetten

Hoeveel betekenissen heeft maken?

maken heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Wat zijn synoniemen van maken?

Synoniemen van maken zijn: construeren, fabriceren, repareren.

Hoe gebruik je maken in een zin?

Voorbeeld: “Hij was een houten meubel aan het maken.

Etymologie

:: maquiller (: makier)

Uitdrukkingen

  • afhandig maken
  • de koffer maken
  • de rekening maken
  • een sprong in het duister maken
  • God een vlassen baard maken
  • het niet kunnen maken
  • het bed maken
  • je weg maken

Vertalingen

Engelsdo, make
Fransfaire
Duitsmachen, reparieren, ausmachen
Spaanshacer
Russischделать, сделать
Poolsrobić, zrobić
Zweedsgöra
Deensaflægge, lave, gøre