maken
/ˈmakən/
Wat is de betekenis van maken?
maken betekent: (ov) in elkaar zetten
Betekenis
werkwoord
- (ov) in elkaar zetten
- (ov) ervoor zorgen dat iets weer werkt
- (ov) optellen tot een bepaald bedrag
- (ov) voortbrengen, tot stand brengen, in een toestand brengen
Voorbeelden van "maken" in een zin
- Hij was een houten meubel aan het maken.
- De jongen vroeg aan zijn vader of die zijn trein kon maken.
- Dat maakt dan zes euro en tien cent.
- Deze band maakte muziek die miljoenen mensen vrolijk maakte.
- Ik was blij dat ik ook mijn ijsbijl bij me had waarmee ik me, indien nodig, kon zekeren en een nieuw spoor door de sneeuw kon maken.
Etymologie
:: maquiller (: makier)
Uitdrukkingen
- afhandig maken
- de koffer maken
- de rekening maken
- een sprong in het duister maken
- God een vlassen baard maken
- het niet kunnen maken
- het bed maken
- je weg maken
Vertalingen
Engelsdo, make
Fransfaire
Duitsmachen, reparieren, ausmachen
Spaanshacer
Russischделать, сделать
Poolsrobić, zrobić
Zweedsgöra
Deensaflægge, lave, gøre
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek