faceliften

/ˈfeslɪftə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) door kosmetische chirurgie ontdoen van rimpels en vetweefsel in het gelaat
    Vergelijk het met een huisvriend die zich plotseling heeft laten faceliften.
  2. ov, figuurlijk (ov) (figuurlijk) van een vernieuwd uiterlijk voorzien
    Terwijl menigeen verwacht dat Alfa de 166 zal faceliften met wat grotere koplampen is dat niet het geval.

Etymologie

*van "facelift"