facet
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- platgeslepen oppervak van een metaal, glas of gesteenteEen briljant is een geslepen diamant met 58 facetten.
- (in beeldspraak) de verschillende kanten van een zaakEr zitten veel interessante facetten aan deze schijnbaar eenvoudige zaak.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aspect, kant’ voor het eerst aangetroffen in 1901
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek