fair play

mannelijk (de)/fɛːrˈple/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het eerlijk spelen, handelen en doen
    Go Ahead Eagles heeft in de eerste voorronde van de Europa League Ferencváros aardig tegenspel geboden. De degradant uit de eredivisie, die op basis van het fairplay-klassement een Europees ticket verdiende, speelde met 1-1 gelijk tegen de Hongaarse vicekampioen.Volkskrant Michiel van Gruijthuijsen 2 juli 2015

Etymologie

*samenstelling uit het Engels van fair en play