fair
fɛːr
Wat is de betekenis van fair?
fair betekent: eerlijk , sportief
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- eerlijk , sportief
Voorbeelden van "fair" in een zin
- Dat is niet fair riep de student die een onvoldoende voor zijn examen had gehaald.
Etymologie
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘eerlijk’ voor het eerst aangetroffen in 1887
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek