falbala
vrouwelijk (de)/ˈfɑlbala/
Wat is de betekenis van falbala?
falbala betekent: (kleding) geplooide of geschulpte strook ter versiering van kledingstukken
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleding) geplooide of geschulpte strook ter versiering van kledingstukken
- (kleding) feestelijke japon
- (verouderd) geplooide of geschulpte strook textiel als versiering van gordijnen of meubels
- (bouwkunde) strook met boogjes als siermotief
- (figuurlijk) (verouderd) uitbundige of overbodige versiering
Voorbeelden van "falbala" in een zin
- (…) de falbala is versierd met gekleurd lint.
- Zij bestonden uit twee breede, op de borst nederhangende, kanten slippen, die, met eene smalle falbala van 't zelfde stof, hoog om den hals tegen de wangen of de kin, van agteren aan den nek vast gemaakt wierden, (…)
- Maar of men hoepelrok of falbala droeg, (…) het maakte geen verschil in de kalme genoegens, die vooral de Hollanders zich veroorloofden.
- In den regel konden die opgehaald worden, maar de neteldoeksche gordijnen met zijden overgordijnen van den lateren tijd, vooral in de ontvangkamer aan de straat, met falbala of valletje aan den bovenkant, zullen wel opengeschoven zijn.
- (…) het architraaf met een falbala van boogjes (…)
Etymologie
*van "falbala"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek