fantasie

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vermogen om nieuwe gedachten te kunnen vormen, mogelijk niet altijd op waarheid berust
    Die jongen had een geweldige fantasie.
    In mijn fantasie zat er achter elke boom een beer, klaar om mij te verslinden.
    Het was te veel brandstof, vliegtuigbrandstof zou je kunnen zeggen, voor mijn fantasie, wedijverend met mijn vader, de ambassadeur en wedstrijdzwemmer.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verbeeldingskracht’ voor het eerst aangetroffen in 1265

Vertalingen

Engelsfantasy, imagination
Fransimagination
DuitsPhantasie
Spaansfantasía, imaginación
Italiaansimmaginazione, fantasia
Japans想像
Poolsfantazja