fantaseren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. dagdromen, dingen verzinnen die (nog) niet waar zijn
    Hij fantaseerde over het mooie leven dat hij zou gaan leiden met zijn vrouw.
    De creatieve schrijver fantaseerde het ene na het andere sprookjesverhaal.
    Al dagen fantaseerde ik wat ik zou gaan bestellen: een dubbele hamburger met kaas, augurken en ketchup en hopelijk hadden ze ook mayo voor bij de friet. Het water liep me spontaan in de mond als ik dacht aan een vanille milkshake en cola met ijs.