farao

mannelijk (de)/ˈfarao/

Wat is de betekenis van farao?

farao betekent: titel van de koning van Egypte, ook gebruikt als eigennaam; de enige farao's die in het OT bij hun eigen naam worden genoemd, zijn Chofra, Necho, Sisak en Tirhaka (274×: Gen. 12:15 +, Ex. 1:11 +, Deut. 6:21 +, 1 Sam. 2:27 +, 1 Kon. 3:1 +, 2 Kon. 17:7 +, Jes. 19:11 +, Jer. 25:19 +, Ez. 17:17 +, Ps. 135:9 +, Hoogl. 1:9, Neh. 9:10, 1 Kron. 4:18, 2 Kron. 8:11; ook 5× in NT)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. titel van de koning van Egypte, ook gebruikt als eigennaam; de enige farao's die in het OT bij hun eigen naam worden genoemd, zijn Chofra, Necho, Sisak en Tirhaka (274×: Gen. 12:15 +, Ex. 1:11 +, Deut. 6:21 +, 1 Sam. 2:27 +, 1 Kon. 3:1 +, 2 Kon. 17:7 +, Jes. 19:11 +, Jer. 25:19 +, Ez. 17:17 +, Ps. 135:9 +, Hoogl. 1:9, Neh. 9:10, 1 Kron. 4:18, 2 Kron. 8:11; ook 5× in NT)

Voorbeelden van "farao" in een zin

  • De Egyptenaren noemden hun koning zelden farao.

Betekenis en uitleg van farao

Een farao was de koning van het oude Egypte en wordt vaak afgebeeld als een goddelijke heerser. Ze waren verantwoordelijk voor het besturen van het rijk en het onderhouden van de religieuze rituelen die het leven en de dood beheersen.

Het woord 'farao' wordt vaak gebruikt in historische contexten, vooral als we het hebben over het oude Egypte en zijn cultuur. Je kunt het ook tegenkomen in discussies over archeologie of mythologie. De term roept beelden op van indrukwekkende piramides, hiërogliefen en de rijke geschiedenis van een van de oudste beschavingen ter wereld.

Voorbeelden

  • De farao gaf opdracht tot de bouw van de grote piramide, die nog steeds bewonderd wordt door toeristen.
  • In veel films wordt de farao neergezet als een machtige en soms wrede heerser.
  • De farao's worden vaak afgebeeld met een valsedekorona en een staf, wat hun koninklijke status benadrukte.

Woordoorsprong

Het woord 'farao' komt van het oude Egyptische woord 'per-aa', wat 'het grote huis' betekent, en verwijst naar de koninklijke residentie.

Veelgestelde vragen over farao

Wat is de betekenis van farao?

farao betekent: titel van de koning van Egypte, ook gebruikt als eigennaam; de enige farao's die in het OT bij hun eigen naam worden genoemd, zijn Chofra, Necho, Sisak en Tirhaka (274×: Gen. 12:15 +, Ex. 1:11 +, Deut. 6:21 +, 1 Sam. 2:27 +, 1 Kon. 3:1 +, 2 Kon. 17:7 +, Jes. 19:11 +, Jer. 25:19 +, Ez. 17:17 +, Ps. 135:9 +, Hoogl. 1:9, Neh. 9:10, 1 Kron. 4:18, 2 Kron. 8:11; ook 5× in NT)

Welk woordgeslacht heeft farao?

farao is een mannelijk (de).

Hoe gebruik je farao in een zin?

Voorbeeld: “De Egyptenaren noemden hun koning zelden farao.

Etymologie

* Afkomstig uit het (Bijbels). Het is een verbastering van het Egyptische per āa (groot huis, paleis).

Vertalingen

Engelspharaoh
Franspharaon
DuitsPharao