farce

mannelijk/vrouwelijk (de)/fɑrs/

Wat is de betekenis van farce?

farce betekent: (figuurlijk) (pejoratief) belachelijke of misleidende gang van zaken

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. figuurlijk, pejoratief (figuurlijk) (pejoratief) belachelijke of misleidende gang van zaken
  2. toneel (toneel) humoristisch theaterstuk, met in het plot veelal een samenloop van omstandigheden die tot hilariteit/hilarische momenten leiden
  3. voeding, kookkunst (voeding) (kookkunst) vulsel of vulling voor gerechten, meestal op basis van fijngehakt vlees of vis

Voorbeelden van "farce" in een zin

  • Dat optreden van die twee oude vrouwen was een farce.
  • De openbaarheid die zo vaak gepredikt wordt, blijkt in de praktijk maar al te vaak een farce, zich uitend in tergende obstructie waarna de rechter er aan te pas moet komen.
  • De vraag naar 'het komische' van de farce is welbeschouwd onnodig: de komische kracht van de farce ligt precies in de mechanische, machinale structuur die de farce in haar ogen als genre definieert.
  • Snijd 1 kipfilet in stukjes en pureer deze in een keukenmachine, samen met 1 ei, knoflook en room, tot een zogenaamde farce.

Betekenis en uitleg van farce

Een farce is een komische voorstelling of situatie, vaak gekenmerkt door overdreven en absurde elementen. Het doel is meestal om te entertainen, waarbij de absurditeit en de lachwekkende situaties centraal staan.

Je gebruikt het woord 'farce' vaak in de context van theater of film, maar het kan ook verwijzen naar situaties in het dagelijks leven die zo belachelijk zijn dat ze de neiging hebben om humoristisch te worden. Het woord heeft een negatieve connotatie wanneer het verwijst naar iets dat niet serieus genomen kan worden, zoals een mislukte gebeurtenis. Een farce kan ook helpen om kritiek te leveren op de maatschappij door middel van satire.

Voorbeelden

  • De toneelgroep bracht een hilarische farce over de absurditeiten van het moderne leven.
  • Wat begon als een serieuze vergadering eindigde in een complete farce, met iedereen die om de tafel heen danste.
  • De verkiezingscampagne werd een farce, met kandidaten die elkaar belachelijk maakten in plaats van op inhoud te focussen.

Woordoorsprong

Het woord 'farce' komt van het Latijnse 'farcire', wat 'opvullen' betekent, en verwijst oorspronkelijk naar een soort komedie die verschillende elementen combineerde.

Veelgestelde vragen over farce

Wat is de betekenis van farce?

farce betekent: (figuurlijk) (pejoratief) belachelijke of misleidende gang van zaken

Hoeveel betekenissen heeft farce?

farce heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft farce?

farce is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van farce?

Synoniemen van farce zijn: schertsvertoning, schijnvertoning, blijspel, klucht, komedie.

Hoe gebruik je farce in een zin?

Voorbeeld: “Dat optreden van die twee oude vrouwen was een farce.

Etymologie

*van "farce", oorspronkelijk "vulling", later ook "klucht, blijspel" (omdat die als opvulling in een programma gebruikt werden), in de betekenis van ‘dwaze grap’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1617, de pejoratieve, figuurlijke betekenis heeft zich weer hieruit ontwikkeld

Vertalingen

Engelsfarce, sham, farce
Fransfarce, comédie, farce