fat
mannelijk (de)/fɑt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) modegek, iemand die buitensporige aandacht aan zijn uiterlijk besteedt"Ik, of een ander, mevrouw", hernam de jonge fat, zich op de lippen bijtende; "maar ik heb mijne overtuiging".Mejonkvrouwe de Mauléon- Bosboom-Toussaint
Etymologie
*van """ "dom", in de betekenis van ‘modegek, dandy’ voor het eerst aangetroffen in 1698
Vertalingen
Engelsdandy
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek