fata
/ˈfata/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- beleefde gebeurtenissenHet is toeval dat ons op die foto samenbracht. Tekenender voor die tijd is dat zijn andere buurman iemand is die wél een vriend van hem was; die zou enkele jaren later als SS’er aan het Oostfront sneuvelen. Fata van een generatie, die bijna uitgestorven is.
Etymologie
*van Latijn "fata"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek